(overgenomen van hetnieuwsblad.be)
Agenda: de ganse week filmopnames in Antwerpen. Startuur telkens tussen 7 of 8 uur. Dat betekent dus dat ik 's ochtends tegen kwart voor 6 aanzet en pas tegen 8 uur 's avonds thuis ben. Waarom zo vroeg?
Dan kan ik voor het ochtendkrieken nog een powernap consumeren op de parking of doen alsof ik het mediteren al jaren onder de knie heb. Nee, je hoort me niet klagen en ja, dat zijn dus plannings voor een actrice die tegelijk moeder is en tegelijk zelfstandige en tegelijk toch moet zien dat haar koelkast voldoende gevuld is, enz... kortom glamoer toejoer.
Hoe ga ik dit bolwerken vroeg ik me vorige week nog af. Ik had er maar één duidelijk antwoord op : Vroeg in bed en er supervroeg uit. Maar je kent dat, nog een theetje zetten, appelke schillen, boekske lezen. Tenslotte is het telkens net niet middernacht eer ik inslaap en er om 5 uur uitspring. Het huis hangt inmiddels vol met kattebelletjes en post-its waarop aanwijzingen over het gebruik van de oven en aanverwanten, ja ook ovenwanten. Bon, tot hier de bekommernissen van een doordeweekse mama die werken moet en neurotisch over haar planning waakt. Het andere weliswaar onlosmakelijke deel van mijn verhaal van de week is datgene met als titel: 'En wanneer is madam dan van plan om te gaan lopen? '
Wel, madam, die volgens het schema nog steeds drie keer per week loopt, heeft de oplossing gevonden. In plaats van maandag om kwart voor 6 aan te zetten naar Antwerpen, vertrek ik, na een kus op het hoofdje van zoonlief in zwijm, om half 6. We zijn eind februari, ik hoor op het donkere ochtenduur de mannetjesmerels zingen die zich schuilhouden in de tuinen achter de grote gevels van de straat.
In zwart looptenue stap ik naar mijn wagen. Als een dief in het klamme nachteind, bepakt met sporttas, handtas, werktas en tas koffie. Ik glijd Gent uit en zie onderweg een vroege loper met knipperende reflectoren op het hoofd. Goedemorgen moedige kompaan fluister ik. Ik neem een slok koffie en rijd over de E17 de cruisende trucks voorbij tot ik, 2 radiojournaals later, Antwerpen bereik .
Stil Antwerpen, want de tweede slapende stad van de dag in amper drie kwartier. Het eenzaamheidsgevoel is niet ver weg, zo tussen twee tijdzones in. Ik ruik nog naar mijn bed dat plots 70 kilometer achter me ligt. Amper lauw. Niet melancholiseren en plan uitvoeren.
Ik parkeer me aan een school in de buurt van de filmlocatie, waar het productielokaal, make-up- en kostuumdepartement tijdelijk zijn ondergebracht. Er is nog niemand. Nog even in de wagen blijven. Alles doe ik om te talmen. Al-les. Oh, nog een mooi liedje op de radio, als dat gedaan is stap ik uit. Of de sms'en van de laatste weken nog es herlezen. Lippenbalsem royaal opsmeren. Ik stap uit, span de veters strak en zet aan in looppas. Al snel stel ik me geen vragen meer. Gewoon de voetpaden volgen, straat in straat uit en ik zie wel waar ik terecht kom. Lichten in huizen floepen aan, een reclamekrantenman doet zijn ronde, veegt vrolijk zijn voeten aan de geen reclame-stickers onder de brievenbussen.
De eerste auto's breken de spiegels in de plassen, een fiets ritselt langs me heen, verkeerslichten verspringen van kleur en de wereld komt tot leven. Ik luister naar Wild Wood van Paul Weller op mijn Ipod en loop het ochtendlijke ongemak uit mijn botten. De motregen deert niet, het zware dagschema en de stresserende factoren op een filmset die me te wachten staan ook niet. Uit mijn botten, ik ben dankbaar. Omdat de puzzel klopt.
Er is wel degelijk tijd om te lopen, je moet hem vinden. Plannen maken binnenin de plannen die je door anderen opgelegd worden. Improviseren. Dankbaar ben ik inderdaad voor het besef dat die groezelige vooruitzichten van duisternis, regen, verkeer en pompaf aankomen op je werk niet noodzakelijk hoeven. Dankbaar ben ik tegenover mijn verbazend snel groeiende zoon op wie ik kan rekenen, op wiens rustige ziel ik kan vertrouwen.
Ik besef dat ik ergens in Antwerpen aan het lopen ben op een taboe-uur voor moeders, want heilig ontbijtuur, ook dank zij de medewerking van mijn tienerzoon. Hij is zo groot inmiddels...Mijmeringen gaan hun gangetje terwijl het opkomende daglicht me wijst op mijn job. Ik loop naar de make-up en kleedkamers, grabbel een handdoek uit mijn sporttas en ga me opfrissen. "Jij bent kwik!", zegt Esther wanneer ik op haar make-up-troon klauter en zo een nieuwe tijdzone binnendring





